Funny in the head

Spacekoekjes

SpacekoekjesDe verveling sloeg toe toen ik, door een hernia geveld, gedwongen rust moest houden. In de vriezer lagen nog plakjes spacecake die Isis en ik maanden geleden uit een baaltje wiet hadden gekokkereld. Het eten van een plakje was vorig weekend goed bevallen, dus, om de verveling te verdrijven, besloten we onze tanden wederom in de cake te zetten. Dit keer nam ik twee plakjes, had het idee dat in het kontje niet veel wiet terecht was gekomen.

We keken film. De verhaallijn kan ik niet meer reproduceren, maar het ging over een negerin die dik, lelijk en ongelukkig was en werd mishandeld door haar moeder.

De film werd steeds wonderlijker. Af en toe brak de vrouw uit haar grijze bestaan en dat leverde in mijn beleving psychedelische beelden op. Toen kwam het moment dat ik met een beetje concentratie het gezicht van de vrouw kon laten veranderen in dat van een aap, een baviaan. Nu was haar gezicht al wat aapachtig, met die kleine neus, kraalogen en donkere huid, maar de werkelijke transitie van mens naar aap was toch ontzagwekkend. Wat me opviel was dat, op het moment dat ik haar als aap zag, ik niet meer bij haar naar binnen kon kijken.

Daarmee bedoel ik dat dit normaal gesproken wel kan, je kunt bij een mens naar binnen kijken, je verplaatsen in iemand, iemands binnenwereld aftasten. Door in iemands ogen te kijken, heb je al een connectie gelegd. Misschien is dat een illusie, maar het voelt in elk geval zo. Bij het kijken naar dieren, zeker naar dieren die je niet goed kent, blijft het kijken beperkt tot de oppervlakte, tot de huid.

Op dezelfde manier kon ik de donkere vrouw, veranderd in een baviaan, nog slechts aan de oppervlakte bekijken. Ik zag een onbekend dier, zonder of met een verborgen binnenwereld. Best griezelig. Ik vroeg me af of autisten zo ook naar hun eigen soortgenoten, mensen, kijken. Bekend is dat met autisten moeilijk te communiceren is, een band te leggen is en dat zij moeite hebben om gezichtsuitdrukkingen te koppelen aan emoties. Wat een eenzaam bestaan moeten autisten hebben, als zij hun eigen soortgenoten als vreemde diersoort beschouwen!

Mijn trip ging verder. Ik kreeg belangrijke openbaringen, tenminste dat dacht ik. Alles wat ik bedacht, werd bijna direct gepromoveerd tot een zeer belangwekkend inzicht. Daar trapte ik in het begin nog in, tot ik elke tien seconden een belangwekkend inzicht kreeg. Toen prikte ik er doorheen, maar dat verhinderde niet dat de stroom van inzichten bleef doorgaan. Er leek wel een soort kortsluiting gaande te zijn in een gebiedje in mijn hersens dat normaal gesproken alleen geactiveerd wordt bij een werkelijk belangrijk inzicht. Die kortsluiting zorgde voor voortdurende activatie. Voor m’n gevoel bevond dat gebiedje zich bijna bovenin mijn brein, iets links van het midden. Alles wat ik bedacht, werd werkelijkheid, gaf althans de illusie ervan. Dat was in het begin vermakelijk, totdat die illusie niet meer te onderscheiden was van de werkelijkheid. Daarmee was mijn innerlijke kompas, die een uitweg uit de illusie schonk door de richting naar de werkelijkheid te wijzen, onklaar gemaakt. Nu was ik een gevangene geworden van mijn illusies. Een nachtmerrieachtige toestand ontstond. Ik bevond me in duistere sferen. Het bestaan leek uit lagen te zijn opgebouwd. Elke laag was iets dichter bij de realiteit. Binnen een laag was het heel krap en benauwd. Ik probeerde laag na laag dichter bij de realiteit te komen. Waarom? Deze wereld van illusies was volledig ontdaan van zingeving. Ik besefte dat je bezig houden met illusies volledig zinloos was. Alleen de realiteit telde. Het was niet zo dat ik de herinnering aan een zinvolle realiteit koesterde in deze zinloze omgeving. nee, ook binnen mij was de herinnering aan realiteit en zingeving verdwenen en dat maakte het angstbeeld compleet. Wel was er een abstract idee dat het beter zou moeten kunnen zijn dan hier en daar klampte ik me dan maar vast. Zelfs in de laatste illusoire laag die het dichtst tegen de realiteit aan lag, was het volledig zinloos vertoeven. Boven in deze laag was een gat waar doorheen de realiteit binnen kon komen. Maar die realiteit was schokkend en onverdraaglijk. Af en toe kwam er een gekleurd object door dat gat naar binnen. Maar de aanblik ervan brandde als het ware pijnlijk in mijn ogen. Niet omdat het zo helder was, maar het gewicht van het beeld drukte zwaar op mijn netvlies.

Uiteindelijk moet ik in slaap zijn gevallen. Ik werd de volgende ochtend rustig wakker, in de realiteit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *